Een heldere doelstelling

Nederland is een Rijnlandse natie en hanteert de stakeholder benadering, niet de Angelsaksische maximalisatie van aandeelhouderwaarde. Dat is ook wettelijk zo verankerd in de richtsnoer van het "vennootschappelijk belang". Die benadering klinkt sympathiek en kan rekenen op groot maatschappelijk draagvlak: ook in het zakelijke leven gaat het om meer dan alleen geld, niet financieel kapitaal maar werknemers en klanten vormen het belangrijkste ondernemingskapitaal en ook andere stakeholders (leveranciers, milieu, banken, overheid) leveren een onmisbare bijdrage aan het succes van een onderneming. Het klinkt mooi, maar het is slechts schone schijn. Een onderneming moet kiezen voor één doelstelling: de creatie van lange termijn aandeelhouderwaarde.

Waarom één doelstelling? Meerdere doelstellingen is een inhoudsloze keuze, meerdere doelstellingen is geen doelstelling. Het is onmogelijk meerdere doelen tegelijkertijd te maximaliseren. Zodra gekozen moet worden tussen conflicterende doelstellingen is er een ultiem criterium nodig om te bepalen welke doelstelling uiteindelijk prevaleert. Zonder ultieme prioriteit ontstaat ook onvoorspelbaarheid en opportunistisch gedrag. Op het ene moment worden reorganisaties en ontslagen gerechtvaardigd vanuit de economische noodzaak van (aandeelhouder)waarde maximalisatie. Wanneer even later een voor het management onwelgevallige overname dreigt wordt deze afgewezen vanwege de nadelige gevolgen voor klanten en werkgelegenheid. Zonder met de ogen te knipperen worden de volgende keer aanzienlijke synergieën, lees verlies aan arbeidsplaatsen, aangevoerd als rechtvaardiging voor een acquisitie of vriendelijke overname. Bijkomend voordeel van één doelstelling: ook de rechter heeft meer houvast om evenwichtige beslissingen te nemen als ondernemingsbeleid moet worden getoetst.

Waarom creatie van lange termijn aandeelhouderwaarde als onvermijdelijke invulling van die ene doelstelling? De aandeelhouder is de zogenaamde residual claimant van de onderneming. Pas nadat alle andere stakeholders financieel gecompenseerd zijn voor hun bijdrage aan de onderneming is het onzekere restant, de winst, de vergoeding voor de aandeelhouder. Wanneer die stakeholders niet adequaat worden beloond en behandeld gaat dat – uiteindelijk – ten koste van het rendement voor aandeelhouders. Het is een mythe dat de aandelenmarkt geen oog heeft voor de lange termijn en dat de aandelenkoers zou stijgen bij de aankondiging van reorganisaties: in tachtig procent van de gevallen daalt juist de aandelenkoers wanneer plotseling ontslagen vallen, evenals bij de aankondiging van de verlaging van marketing en R&D uitgaven, beide gericht op de lange termijn. Niettemin, juist bij reorganisaties, fusies en overnames lopen de belangen van werknemers en aandeelhouders op korte termijn vaak niet parallel. Maar wanneer overnames en reorganisaties onvermijdelijk zijn om te overleven in de concurrentiestrijd, is de korte termijn keuze voor behoud van werkgelegenheid vaak niet duurzaam. Op termijn leiden fusies en overnames, mits economisch verantwoord en niet gedreven door overmoed en status, juist tot een sterkere positie van de onderneming en daarmee tot een betere positie van alle stakeholders.

Een heldere doelstelling, waardecreatie voor aandeelhouders op lange termijn, betekent niet dat ons geliefde Rijnlandse model volledig op de schop gaat. De medezeggenschapsrechten van werknemers, die in Nederland op ongekend hoog niveau staan, zijn een verworvenheid die de cohesie binnen ondernemingen kan versterken en consistent is met lange termijn waardecreatie.
 
De noodzakelijke stap van ons morsige "vennootschappelijk belang" naar lange termijn waardecreatie voor aandeelhouders is klein: geef wettelijke status aan de preambule van de code Tabaksblat, die luidt "... de vennootschap streeft naar het creëren van aandeelhouderswaarde op de lange termijn." Dat schept helderheid, verkleint de kans op opportunisme en richt de aandacht op de echte tegenstelling, die tussen de korte en de lange termijn beslissingen van een onderneming.

2 comments

Join the discussion about this column

Add a comment

View comments


Share this article

Send this column to a friend:



Comments

Drs Wim Janssens MBA , Director / Company Secretary , Eureko B.V. / Achmea Holding NV wrote on 22-08-2008 08:07: Met belangstelling heb ik jullie column gelezen over 'Heldere doelstelling' van afgelopen zaterdag in het FD. Op heldere wijze wordt beargumenteerd waarom een onderneming moet kiezen voor een eenduidige doelstelling en niet meerdere doelstellingen, omdat dit geen echte keuze is, dan wel opportunisme in de hand werkt. Dat de lange termijn aandeelhouderswaarde deze doelstelling moet zijn, wordt ook duidelijk onderbouwd. De aandeelhouder is degene die pas zijn vergoeding krijgt als alle andere stakeholders zijn gecompenseerd en daardoor als enige oog heeft voor het totaal en voor de lange termijn, aldus de redenatie.

Met name in dit laatste zit het probleem dat de praktijk de theorie maar niet wil volgen. De afwegingen waarmee de aandeelhouder zijn keuzes maakt, zijn namelijk nogal verschillend. Als er sprake is van één aandeelhouder, zoals in de DGA structuur, is er geen 'concurrentie' met andere aandeelhouders, en is het voor de aandeelhouder eenvoudiger om zijn keuze op lange termijn-aandeelhouderswaarde te baseren. Bovendien heeft deze aandeelhouder vaak een grotere betrokkenheid bij de commerciële doelstelling van het bedrijf en is niet alleen kapitaalverschaffer. In een beursgenoteerde aandeelhoudersstructuur is dit anders. Hier speelt een grote 'concurrentie' tussen aandeelhouders. Dat is mooi en een groot goed, maar heeft ook nadelen. De aandeelhouders gaan daardoor niet alleen op het bedrijf letten en de lange termijn, maar ook op elkaar en vooral elkaars mogelijke motieven en keuzes. Een hele beroepsgroep van beursanalisten en beleggingsadviseurs verdient hier een goede boterham aan. Dat zij dagelijks met adviezen komen en veel beleggers hun posities per dag opnieuw bezien, geeft al aan hoe belangrijk de korte termijn is. Een initiatief als 'loyaliteitsdividend' heeft de toets der kritiek tot nu toe niet doorstaan, maar maakt ook duidelijk dat de lange termijn als 'ondergewaardeerd' worden ervaren.

Er zijn inmiddels veel voorbeelden van grote invloed van het korte termijn denken in het handelen van aandeelhouders. De beursgang en teloorgang van Worldonline was een schoolvoorbeeld van een eenzijdig werkend korte termijn mechanisme. En ook op de ontwikkelingen rondom ABN AMRO wordt door velen teruggeblikt als één waar de tekortkomingen van het beursgenoteerde aandeelhoudersmodel duidelijk naar voren kwamen. Want de vraag is of klanten, medewerkers en de samenleving met het oog op de lange termijn hetzelfde hadden gekozen. En zelfs de lange termijn belegger die gebleven is en overging op Fortis aandelen, ondervond de nadelen.

De vraag is dus of de aandeelhouderswaarde de hoogste doelstelling moet zijn, of dat de aandeelhouder niet beter op zijn plaats is als voornamelijk kapitaalverschaffer die zijn keuzes maakt op basis van het aannemelijk toekomstig rendement. Hij wordt daarmee gelijkwaardig aan de andere stakeholders, zoals de werknemer, die op basis van inkomen en werktevredenheid zijn keuze maakt om arbeid beschikbaar te stellen, naast de leverancier die zijn producten aanbiedt tegen een marktcomforme vergoeding en naast de klant die uiteindelijk de diensten en producten koopt afhankelijk van zijn behoeften op het gebied van kwaliteit, service, prijs, en imago.

Dit neemt niet weg dat er één heldere doelstelling moet zijn in iedere onderneming. Maar die doelstelling mag best van een hoger doel getuigen dan kapitaal en rendement, en omschreven worden in de visie en missie van het bedrijf. Juist ook veel Angelsaksische bedrijven hebben een dergelijk hoger doel vastgelegd. Deze visie en missie nemen een centrale plaats in als leidraad voor alle stakeholders in het maken van keuzes. Kortom: management en medewerkers spiegelen zich hieraan en zij zijn hierop aanspreekbaar voor klanten, aandeelhouders en andere stakeholders.

De vennootschap kan hier wat leren van de coöperatie. Daar bestaat veelal een doelstelling passend in een gebalanceerde stakeholdersbenadering. Net als in de DGA-structuur kent de coöperatie (of een vennootschap met coöperatieve aandeelhouders ) niet de jachtige concurrentie tussen aandeelhouders dat het beursgenoteerde aandeelhoudersmodel kenmerkt. Aandeelhouders zijn hier geen anonieme, diverse groep van kapitaalverschaffers, maar zij zijn of vertegenwoordigen de klanten (of de leveranciers) en dat geeft de lange termijn doelstelling per definitie een hoge plaats op de agenda. Hoewel de coöperatieve structuur eveneens zijn nadelen kent, kan deze structuur of kenmerken hieruit wel eens een grotere rol gaan spelen nu we het Angelsaksische aandeelhoudersmodel zo in zijn scherpte hebben leren kennen.


Peter van Schilfgaarde wrote on 18-08-2008 16:05: Een heldere doelstelling vergt een helder betoog



Volgens de wet richten de commissarissen van een vennootschap zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Algemeen wordt aangenomen dat dezelfde norm geldt voor het bestuur. In een wetsvoorstel, dat op dit ogenblik circuleert, is dat met zoveel woorden opgenomen.



WinterCools zouden graag zien dat de wetgever een "klein stapje" maakt en zo stappend dit "morsige" vennootschappelijk belang vervangt door een op de vennootschap als zodanig gerichte formule. De norm zou moeten zijn dat de vennootschap "... streeft naar het creëren van aandeelhouderswaarde op de lange termijn". Tabaksblat, zo schrijven zij, had dat ook al eens bedacht.



Voor een aanpassing als aanbevolen zijn zinnige argumenten aan te voeren. Zo zou men als een zinnig argument kunnen aanmerken dat daarmee de aandacht wordt gericht op de "echte tegenstelling": die tussen de korte en de lange termijn beslissingen van een onderneming. Zonder de garantie overigens dat die lange termijn beslissingen niet af en toe een beetje "morsig" kunnen uitvallen. Hoe ging het ook weer met ABN/AMRO vorig jaar?



Tot de zinnige argumenten reken ik niet die van de ferme intro in de eerste twee alinea's. "Eén heldere doelstelling", ja zeker, wie zou daar niet voor kiezen! Maar de redenering die tot deze uitverkiezing moet leiden is niet veel anders dan een ondoorzichtig schuiven met begrippen. Waarom is creatie van lange termijn aandeelhouderswaarde wel 1 heldere doelstelling en wordt het "vennootschappelijk belang" - zoals WinterCools de wettelijke formulering samenvatten - geschoven onder de notie van "meerdere doelstellingen"? Het bijzondere van de vennootschappelijk belang formule is dat daarmee gedoeld word op de plicht meerdere belangen - niet meerdere doelstellingen - af te wegen, waaronder belangen op korte termijn en belangen op lange termijn. Wil men in termen van doelstelling spreken dan is dat één doelstelling. Beter lijkt het deze "doelstelling" aan te duiden als "gedragsnorm". Van meerdere doelstellingen is in elk geval geen sprake.



Dit brengt ons op het spoor van een aspect dat WinterCools geheel over het hoofd zien. De met behulp van de term "vennootschappelijk belang" aangeduide gedragsnorm richt zich expliciet tot de commissarissen en het bestuur. Het gaat hier om het leggen van verantwoordelijkheid. Commissarissen en bestuur worden geattendeerd op hun verantwoordelijkheid ter zake van het vennootschappelijk belang. Dit betekent - althans in mijn visie - dat op hen de plicht rust telkens de in aanmerking komende belangen af te wegen en, zo doende, tot een verantwoorde beslissing te komen. Deze verantwoordelijkheid kan zwaar wegen en de uitkomst is in veel gevallen onzeker. Zo gaat dat met zwaar wegende verantwoordelijkheden. Maar met een meervoudige doelstelling heeft dit niets te maken.



Met het bovenstaande wil ik niet zeggen dat ik een keuze voor de doelstelling "het creëren van aandeelhouderswaarde op lange termijn" niet verdedigbaar zou vinden. Zijn het niet de aandeelhouders die hun geld in de vennootschap hebben gestopt en als "achtergestelde crediteuren" moeten hopen daarvan iets terug te zien? Maar dan een vraag: moet de voorgestelde wetswijziging gelden voor alle vennootschappen? Of speciaal voor de beursvennootschap? Ik denk dat WinterCools speciaal de beursvennootschap op het oog hebben. Maar juist bij de beursvennootschap dreigt de argumentatie wat morsig te worden. Ervaren we niet telkens opnieuw dat aandeelhouders van beursvennootschappen geen brave geldschieters zijn maar gehaaide speculanten - in voorkomende gevallen brave volgelingen van op commissie beluste fondsmanagers - die onder de vlag van verhoging van aandeelhouderswaarde tot beslissingen en bijkomende manoeuvres in staat zijn die een behoorlijk opererende bestuurder of commissaris niet voor zijn verantwoording zou willen nemen. Ik denk dat WinterCools hierop wel een antwoord hebben: in de aanbevolen formule moet het accent in eerste instantie liggen op "lange termijn", pas daarna op het creëren van aandeelhouderswaarde. Over de vraag hoe lang die lange termijn moet zijn moet dan de aandeelhoudersvergadering - de voorgestelde norm richt zich tot de vennootschap als zodanig - meebeslissen, mogelijk met doorslaggevende stem. De commissarissen en het bestuur staan hierbij machteloos, want het wetttelijk richtsnoer voor hun handelen is vervallen. Hun rest slechts zich te beraden op de vraag of zij in hun ledigheid niet moeten proberen een graantje mee te pikken van de hopelijk losbarstende geldstroom. De praktijk van de afgelopen jaren leert dat dit soms lukt. Ik wens WinterCools veel succes bij de verdere uitwerking - of was het al af? - van hun voorstel.



Add a comment

  1. Please enter the characters as you see in the image below. Hit the refresh button when the characters are unreadable.